706. [Begging cards]

4 gekleurde bedelprenten.

[Antwerpen, ca. 1610]

4 gedrukte briefjes met telkens 8-11 lijnen tekst en 2 houtsnedes (1 handgekleurd), papier, ca. 12 x 9,5 cm (licht gebruind en gevlekt).

Met de hoeken geplaatst op 1 blad stevig papier, 33 x 27,5 cm. Zeer goed bewaard.

Bijzonder zeldzame efemere bedelbriefjes, waarin in woord en beeld wordt opgeroepen tot liefdadigheid als christelijke plicht, en tot het veilig stellen van het eigen zielenheil middels het geven van een aalmoes aan bedelaars. Vermoedelijk gedrukt in Antwerpen rond 1600-1610. Vier verschillende exemplaren, telkens aangaande een andere groep bedelaars: vondelingen ("ons arme vondelinghen"), lepralijders ("ons arme Lazarussen"), geesteszieken ("de Dulle uutsinnighe") en gevangenen ("ons xlviii Geva[n]gene[n]"). Elk briefje is geïllustreerd met 2 houtsnedes: één handgekleurd in geel en purper, voorstellend het soort bedelaar in kwestie, en één met een afbeelding van een lijkkist. Dit laatste kan verwijzen naar het concept van memoria, waarbij herdenking van de doden door de levenden centraal staat. Het beoefenen van liefdadigheid tijdens het leven, verkort de tijd die de dode in het vagevuur moet doorbrengen, waar die boete moet doen voor zijn of haar zonden. De bedelaar is een middel voor de rijke om zijn hemel te verdienen. De korte verzen onder de houtsnedes verwijzen hier ook naar, bijv. "Godt die de Sielen nemen in zyn behoet// moet/ die wil ons alle ghenadich zijn in ons sterven/ soo hy oock elck een/ die hier goet// doet/ en gheven hem d'eeuwich rijcke t'zynder erven/ dus doet Charitate/ op dat ghy moecht verwerven/ Die croone der glorien/ die elcken is bereyt: t'ghene dat ghy hier gheeft/ en suldy niet derven: maer vinden voor de hooghe Godlijcke Maiesteyt: want de salicheyt grootelijcx in Charitate leyt."
Het is mogelijk dat personen uit caritatieve instellingen gelegen aan de rand van de stad (vondelingenhuis, leprozerie, godshuis en gevangenis), overdag in de stad mochten komen om te bedelen om in hun onderhoud te voorzien, met behulp van onderhavige briefjes, als bewijsstuk dat ze "oprechte armen" of "goede bedelaars" zijn. Onze stukken kunnen dan misschien worden gezien in het kader van de centralisering en normalisering van het bedelen in de stad, om op te treden tegen rondtrekkende bedelaars, overlast veroorzakende vagebonden en gezonde maar werkschuwe bedelende armen. Elke tekst vermeldt ook een aantal: "die hondert en tweentseventich zyn int ghetalle" (vondelingen), "En ons xxxiiii: persoonen toch wilt aenschouwen" (lepralijders), "die wel vierentsestich zyn in ghetalle" (geesteszieken) en "ons xlviii. geva[n]gene[n]". Verwijst dit naar de grootte van de betreffende groep bedelaars of het totaal van inwoners van een bepaalde instelling? In elk geval uiterst zeldzame, zeer interessante kleinoden die verder onderzoek vereisen.

€ 400 / 600

Bid Live bidding
Please log in to bid
create an account here .
Log in